zondag, juli 26

Nederlands - De Tijden (ott, ovt, vtt, vvt, ottt, ovtt, vttt, vvtt)


De Tijden
Werkwoorden zijn moeilijke dingen, moeilijke woorden en ze zijn zeer onvoorspelbaar. Ik heb laatst een So gehad over de werkwoorden. Ik moest eerst de zin in stukken hakken en daarna stonden eronder de zin een aantal werkwoorden uit diezelfde zin, waarvan je moest opschrijven welke soort werkwoorden het waren (zelfstandig werkwoord (zww), hulpwerkwoord (hww), koppelwerkwoord (kww), (zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen)).

Was je daarmee klaar, moest je naast de zin de tijd zetten. Je kun dat altijd afleiden van de werkwoorden die in de zin staan.

Ik had hier 8 fout voor, wat een 7.5 resulteerde. Ik heel er veel fout, wanneer ik de tijd van de zin moest opschrijven. Ja, dat vond ik zeker niet makkelijk.

Maar uiteindelijk heb iets in mijn schrift gevonden wat kan helpen:

o / v - t / v - (t) - tijd

Als eerst onvoltooid of voltooid. Zit er een voltooid deelwoord in: voltooid. Niet: onvoltooid.

Welke tijd? Dat kun je afleiden van de persoonsvorm: verleden of tegewoordige.

Is de zin toekomend? (Jan zal een fiets krijgen), zin is altijd toekomend als een van de woorden zal, zult, zullen, zou, zullen in de zin staat.

En als afsluiter komt het woordje tijd (afgekort) erachter te staan, om duidelijk te maken dat je hier met de tijd van de zin te maken hebt.

Geen opmerkingen: