maandag, november 23

Delen op de ouderwetse manier

Zoals de titel al aangeeft, ga ik je laten zien hoe je moet delen op de ouderwetse manier.
Ik wil in dit voorbeeld heel graag 861 delen door 7. Op het eerste gezicht lijkt dit heel moeilijk, maar met de ouderwetse manier gaat het veel gemakkelijker dan je denkt.
In mijn geval, wil ik 861 delen door 7 . Ik schrijf dit dan op:

Als je dat opgeschreven hebt (met potlood en liniaal), dan gaan we verder.
Nu moet je goed opletten en goed lezen wat er in de volgende regels geschreven staat:
1. 861, bestaat uit de nummers 8, 6 en 1 (van links naar rechts). Nu (en dit is het belangrijkste) moet je een van die nummers kiezen (8, 6 of 1), waar 7 in past. In ons geval is dat 8, daar past 7 als enige in, niet in 6 en (al helemaal ) niet in 1.
• Maar stel je voor dat het niet 861 : 7 is, maar dat het 891 : 7 is! Wat dan? 7 past in 8 en in 9, welke moet je dan kiezen? Geen paniek, daar is een speciale regel voor:

Bij het delen op de ouderwetse manier kijk je altijd van links naar rechts.

Dus van 8 –naar 6 –naar 1(8-6-1) GOED

Dus als je 891 : 7 moet delen, dan kies je gewoon het eerste getal van links uit en dan kijk je hoeveel 7 daarin past. In ons geval staat 8 het meest links en is dus hij ook gelijk het eerste getal van links.

• Maar stel je voor dat het niet 861 : 7 is, maar dat het 661 : 7 is! Wat dan? 7 past dan toch nergens in? Niet in 6, 6 en ook (natuurlijk) niet in 1! Geen paniek, daar is alweer een speciale regel voor:

Als je van links naar rechts kijkt en je ziet geen getal, waar 7 in zijn geheel in past, dan voeg je gewoon het tweede getal aan het eerste getal toe (het getal naast het meest linkse getal, noem je het tweede getal).

In ons geval wordt dat niet:

6 & 7 X

Maar het wordt:

66 & 7! (en dat kan wel)

66 omdat het getal dat wij willen delen 661 is, het eerste getal 6 is en het getal daarna ook 6 is (Bij 429 wordt dat gewoon 42, 4 is het eerste getal en 2 het tweede).

• Nu je weet hoe het in elkaar zit gaan we verder.

Je weet dus dat 7 1 keer in 8 past. Dus dan schrijf je 1 onder 7 (net zoals het plaatje)


Oké, we gaan verder.

Nu je onder de 7 geschreven hoeveel het in 8 past, moet je nu 7 onder die 8 schrijven:

Daarmee laat je zien dat je gekeken hebt hoeveel keer 7 in 8 past en die hoeveel keer heb je dan onder de 7 geschreven.

2. We zijn nu aangekomen bij stap 2. In de vorige stap heb je gezien dat 7 1 keer in 8 past (8 - 7), maar je houdt dan wel 1 over. Die moet je zien weg te werken. Je weet dat 7 niet in 1 past, dus voeg je het tweede linkse getal erbij (8 is het eerste, 6 tweede en 1 derde linkse getal). Dan krijg je 16. Daar past wel 7 in, wel 2 keer zelfs.

• 7 past dus twee keer in 16, 2 x 7 = 14; 16 - 14;

Dat moet je dan zo opschrijven:


• Wat er van 16 - 14 overblijft is 2. Die schrijf je naast 7, om te laten zien dat 7 er 2 keer in past. Toch moet je 2 ook wegwerken. Dus trek je weer een streep onder 14 en schrijf er 2 als eerste onder.

En dan weet je het vanzelf: 7 past niet in 2, daarom voeg je het getal dat na 6 komt (dat is 1) toe, dus wordt het 21. Hoeveel past 7 in 21? Precies 3 keer, zonder iets over te houden. Die 3 schrijf je naast die 2 onder de 7. Moet je nu nog iets wegwerken: nee. Want als je 0 overhoudt dan heb je de uitkomst, de uitkomst staat onder de 7 en is dus 123.

Geen opmerkingen: