zaterdag, augustus 21

Filosofie, eindopdracht: Leg het geloof uit in je eigen woorden(DEEL 2, verbetert)

Aliens en Geloof
Het was lente. De zon scheen en de vogels tsjilpten. Het beloofde een mooie dag te worden, vol geluk en nieuwe kansen.
‘Wat een prachtige dag!’ zei ik tegen mij zelf, terwijl ik met een glimlach door het hoge gras stapte. Bijen zoemden, krekels tsjirpten. Af en toe kon ik een glimp van een haas op topsnelheid waarnemen. Langzaam drong al deze schoonheid en pracht tot mij door. Ik geniete ervan. Het was heerlijk om daar te zijn, rustig, met niets dan natuur om je heen.
Na een tijdje, besloot ik om eens te gaan stoppen voor een pauze. Ik zakte door mijn knieën en liet mijn achterste neerkomen op een bed van zacht gras. Nooit had ik gedacht dat de wereld zo mooi kon zijn. Mijn ogen dwaalde af naar de hemel. Een lichtblauwe zee met zachte pluizige witte wolkjes, drijvend op de wind.
Zo zat ik daar, starend naar boven, totdat opeens een grote formatie van vogels voorbij kwam vliegen. Een prachtig gezicht. Niet geërgerd door de gefascineerde jongen die naar hun groep keek, praten de vogels opgewekt met elkaar. Plotseling rukte zich een van de vogels los van de groep en vloog totaal de andere kant op. Niet gezien dat een van hun soortgenoten de kluts kwijt was geraakt en de andere kant op ging, vlogen de vogels gewoon door.
‘Rare kerel, wat doe je nu toch?’ mompelde ik.
De vogel leek zich er niks van aan te trekken dat hij de andere kant op vloog. Een beetje rondvliegend, een beetje duikend, leek de vogel wel dronken. Tot opeens het met een grote snelheid naar de grond vloog.
‘Hè?’ Verbaasd keek ik hem na en bleef gewoon zitten waar ik zat. Tot ik besefte dat het misschien in doodsnood verkeerde en rende naar de mogelijke plaats waar het neergestort zou zijn.
‘Vogel toch! Niet doodgaan!’ ik rende.
Terwijl ik rende, bedacht ik al helemaal hoe het vogeltje daar lag. Met gebroken vleugels, een hulpeloze blik in zijn ogen, achtergelaten door zijn soortgenoten. Wees maar niet bang, Nikolaj komt eraan hoor!
Toen ik de plaats bereikte zag ik iets, wat je denk ik alleen maar in films kunt zien. O nee, helemaal geen vogeltje dat misschien in doodsnood verkeerde, niks gebroken vleugeltjes, niks achtergelaten door zijn soortgenoten en al helemaal geen hulpeloze blik. Niks van dat al. Het was een groot, immens koepelvormig gevaarte waar rook van naar boven kringelde. ’t Leek wel een ruimteschip, een UFO! Aliens! Een angstig gevoel bekroop langzaam mijn rug. Mijn gedachten schreeuwden dat ik weg moest, mijn benen wilde weg, mijn armen wilden weg, alles van mijzelf wilde weg! Dat ik daarom dan ook (luister altijd naar je lichaam ;), eigenlijk, dat wilde ik doen, toen plotseling een harde, monotone stem door natuur sneed.
 ‘HALT!’
Ik bleef als aan de grond genageld.
‘HALT en geen beweging!’ zei de monotone stem.
Ik verroerde geen vin.
‘Draai je om!’ beval de monotone stem.
Langzaam, angstig, draaide ik mijzelf om.
‘Goedendag aardbewoner. Prettig kennis met u te maken, want dit is misschien de laatste keer dat u ons ziet. Wij zijn namelijk van plan de wereld te veroveren.’
Ik keek naar de 2 groene mannetjes die tegen mij zaten te praten.
‘Deze overname, zal gepaard gaan met veel doden en totale vernietiging.’ Ze zeiden het op een serieuze manier.
Mijn angst verdween als sneeuw voor de zon. Haha, twee van die kleine, groene dwergjes wilden de aarde veroveren, doden en vernietiging. Ik kon mijn lachen bijna niet inhouden xD.
‘Uhum, waarde uhm… Aliens. Ik heb een vraagje. Uhm… Hoe zouden jullie (grinnik) dat willen doen??’ xD vroeg ik.
Een van de Aliens antwoordde:
‘Nou gewoon zo’ Hij pakte een klein, rond balletje en gooide het weg. Het balletje maakte een grote boog en belandde enkele tientallen meters verder ne... BOOOEEEM! Precies op het moment dat het balletje de grond raakte, explodeerde het. Een grote krater van wel een paar meter doorsnee achterlatend.
Met opengesperde ogen keek ik naar de krater.
‘Godverdomme’
De Alien: ‘Zo doe je dat’
Hij leek voldaan.
‘Nu we u onze plannen hebben laten weten en al een demonstratie hebben laten zien, moeten wij u helaas, maar let wel: niet tot onze spijt, liquideren.’ Ze knikte en zeiden het tegen mij alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Een van hen haalde een groot lasergeweer tevoorschijn en richtte die op mij.
‘Godallemachtig! Ik ga deraan!’ Dacht ik.
De Alien deed een stap voorwaarts, maar liet zijn wapen zakken.
‘Wie is die God waar u het de hele tijd over heeft?’ vroeg hij.
De andere Alien keek mij ook vragend aan.
Verbluft staarde ik terug. Moet ik nu uitleggen wie God is? Ik stond voor een moeilijke taak, want ikzelf was niet gelovig. Ik wist er eigenlijk maar weinig van. Wat nu?
‘Eeh… Wie god is? Eeh… dat heeft te maken met eeh… geloof enzo’ stamelde ik.
De Aliens: ‘Wat is geloof dan?’
Weten ze niet wat geloof is? Zijn ze daar allemaal atheïst ofzo!? Das dus niet best. Peinzend zocht ik naar een oplossing. Hmm. Opeens plotseling had ik het.
‘Goed Aliens, ik weet het goed gemaakt met dat geloof-gedoe. We sluiten een deal. Als ik jullie uitleg wat geloof enzo is en betekent, laten jullie mij en de rest van de wereld met rust?’
De Aliens keken elkaar aan.
‘Uhm, wat denk jij A1?’ vroeg de ene Alien aan de ander.
‘Ik stem in, wat jij A2?’ vroeg de ene Alien aan de ander.
‘Ik ben het er ook mee eens.’ Ze knikten beiden tegelijk. ‘Aardbewoner, wij vinden het een redelijk voorstel en gaan akkoord.’
 ‘Oké, dat is dan afgesproken.’ Ik knikte en begon:
‘Een geloof, dat is iets wat je niet kunt bewijzen met behulp van de natuurwetenschappen. Het is een soort van gevoel, een soort kracht binnenin de mensen. Het Geloof geeft hun vaak hoop, wanneer het tegenzit, keren veel mensen altijd terug op hun geloof. Wanneer zij kracht nodig hebben om sterk te zijn, zetten zij door en GELOVEN dat het dan goed komt, dat zij dan hun doel bereiken waarvoor zij die kracht nodig hadden.
Voor veel mensen is het Geloof belangrijk. Zij hebben het Geloof gekoppeld aan een bepaalde godheid. Eigenlijk, omdat zij dingen in de natuur moesten verklaren en zij wisten niet hoe. Daarom dachten ze, dat het wel door een soort van oppermachtig iets gedaan moest zijn. Iets bovenmenselijks, iets wat zijn niet kunnen zien, iets wat zij niet kunnen ruiken of voelen, maar waar zij in kunnen GELOVEN. Geloof heeft ook te maken met hoe je leeft, hoe je eet en hoe je je gedraagt tegenover andere mensen. Er zijn daarom ook verschillende Geloven ontstaan, met ieder hun eigen gewoontes. De mensen die geloven in een bepaald Geloof/Godheid, aanbidden diegene dan ook, wat ook weer op verschillende manieren kan.’
De Aliens keken elkaar enigszins bedenkelijk aan, alsof ze het nog even moesten verwerken.
‘Maar aardbewoner, waar gelooft u dan in?’
‘Mijn beste Aliens, er zijn ook mensen op deze wereld die niet Geloven, die denken dat alles gewoon gebeurd en dat daar geen wonderlijke dingen aan vast zitten, dat het niet door het lot komt, maar dat het gewoon gebeurd. Ik hoor ook bij die mensen. Toch betekent niet dat deze mensen heel saai leven en geen sprankje hoop hebben, die heeft iedereen, anders ben je geen mens. Nee, deze mensen Geloven niet in een godheid of een iets dergelijks. Zij laten hun leven niet leiden door bepaalde Geloof-gewoontes.’
‘Dat klinkt logisch’ De Aliens knikten.
‘Maar als er zoveel verschillende Geloven zijn, met hun eigen godheid en hun eigen gewoontes, bestaat er dan ook een groep die een meerderheid heeft?’
Ik moest even nadenken.
‘Ja, die bestaat er. Namelijk de aanhangers van God. Het Christelijke geloof.’
‘O ja, God. Daar had u het steeds over. Bent u dan niet een aanhanger van God?  U sprak Zijn naam de hele tijd uit.’
‘Nee, ik ben geen aanhanger van God. Het woord God is door de hele wereld bekend geworden, uitspraken over God, zoals ‘Godallemachtig’ en ‘O mijn God!’ zijn ook heel erg bekend en worden daarom ook veelal gebruik, zelfs door mensen die niet in een godheid geloven.’ Ik wees naar mijzelf. ‘Zoals ik’.
‘Maar nu wij weten dat God een bekend fenomeen is in jullie wereld, zijn wij nog maar naar 1 ding nieuwsgierig.’
‘Vertel’
‘Wat verstaan jullie of de aanhangers van dat Geloof onder God?’
‘Ik had jullie al uitgelegd waaroom een godheid wordt gebruikt. Toch zijn er ook verschillende mensen op de wereld die God willen verklaren. Vaak worden deze mensen Filosofen genoemd, zij die denken over het leven en proberen antwoorden te vinden door logisch te redenen en logisch na te denken. Toen zijn er veel zogenaamde Godsbewijzen bedacht.’
‘Kunt u er een paar verwoorden?’
‘Is goed, maar daarna verlaten jullie deze planeet ok?’
‘Ok’






- ‘Het godsbewijs van: de onbewogen beweger
Overal om je heen zie je dingen, dieren en mensen. Hoe zijn die allemaal ontstaan? Waarom zijn die allemaal ontstaan en wanneer? Vragen, vragen en vragen. Uiteindelijk is alles ontstaan uit 1 iets, iets dat niet ontstaan is ui een ander iets, maar dat zichzelf heeft laten ontstaan. Het zet wel in beweging: laat dingen ontstaan en gebeuren, maar is zelf onbewogen: is niet uit iets ontstaan, is niet door andere ietsen bewogen. De onbewogen beweger. Ofwel God.
- Godsbewijs van: Perfectheid
Iets in de wereld, ergens, in de verste uithoek bestaat er iets, misschien iemand die geen gebreken vertoont. Die slim is, die dingen kan laten ontstaan. Die sterk is, maar zijn kracht niet misbruikt. Iets dat ongelooflijk schoon en mooi is. Iets wat ons verblind in slimheid, sterkheid en schoonheid: de perfectheid. Ofwel God.
- Godsbewijs van: Het horloge
Wanneer je een horloge van binnen bekijkt, ziet dat er maar ingewikkeld uit, al die tandwieltjes en verbindinkjes. Die moeten wel in elkaar gezet zijn door een intelligent iemand. Alles precies goed op elkaar afgesteld. Zo zit de natuur ook in elkaar, het moet wel door iemand gemaakt zijn die ook zeer intelligent was. Die wist hoe alles op z’n plek moest. Die maken noemt men God.’

De Aliens keken elkaar aan.
‘Mijnheer, ik denk dat dat uw laatste woorden waren. Wij zijn ook zeer vervreugd over het feit dat u ons dat allemaal wilde uitleggen.’
Ik maakte een buiging.
‘Het was me een genoegen.’
‘Het wordt dus tijd dat wij u gaan verlaten.’ De Aliens keken elkaar aan. Een van hun ging al naar het ruimteschip, terwijl de ander bleef staan.
‘Mijnheer, om deze misstap in onze geschiedenis en die van jullie goed te zetten, moet u even kijken naar deze flitser.’ De Alien zei dit, terwijl hij een langwerpig ding uit zijn zak haalde en het op mij richtte.
‘Op dat wij u niet meer ontmoeten!’
FLITS

Het was lente. De zon scheen en de vogels tsjilpten. Het beloofde een mooie dag te worden, vol geluk en nieuwe kansen.
‘Wat een prachtige dag!’ zei ik tegen mij zelf, terwijl ik met een glimlach door het hoge gras stapte.

Geen opmerkingen: